Nieuwe ingenieur verdringt uitvoerder

Uitvoerders, toezichthouders en calculatoren zijn uitstervende beroepen in de bouw. Onderzoek van de hogeschool HAN in opdracht van bemiddelaar voor kaderpersoneel Kracht Recruitment wijst uit dat traditionele arbeid voor een groot deel van de werkgevers over vijf jaar niet meer interessant is. 

Snelle veranderingen dwingen tot bijleren of afhaken 

"De veranderingen zijn groot en gaan snel”, zegt directeur Wieger Willems van Kracht. "Wat ontstaat is een nieuwe ingenieur, die goed met zijn co-makers kan communiceren en meedenkt met de werkgever. Waarom betaalt de klant eigenlijk?” Willems zegt wel eens aan werknemers te vragen waar de onderneming goed in is. Een antwoord blijft dikwijls uit. "De nieuwe ingenieur weet het antwoord wel. Hij is completer dan zijn voorganger en kan heel goed bemiddelen. Naar de ingenieurs 1.0 is geen vraag meer.” 

De ervaring van Willems is dat scholen weliswaar kennis ontwikkelen, maar niet zo goed zijn in het bevorderen van competenties. "De TU Delft heeft geen BIM-specialist. Niemand die er daar echt verstand van heeft. Studenten geven elkaar les en halen de professor in.” 

Max Eiben (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wijst in zijn onderzoek op de grote betekenis van het werken met bouwinformatiemodellen en nieuwe contractvormen. Ook de voortschrijdende ketenintegratie dwingt tot verandering. De traditionele tekenaar moet veranderen in een driedimensionaal werkende modelleur. Projectleiders worden coördinatoren. 

De 459 ondervraagde bouwprofessionals zien een toekomst voor zich met prefab, drones en het scannen van gebouwen. Twee derde vindt dat de markt goed tot redelijk voorbereid is op de aanstaande vernieuwingsgolf. Voor 65 procent is duidelijk dat de architect straks uitsluitend nog architectonische ontwerpen maakt. 

Een derde van de geënquêteerden noemt de leeftijd van het personeel en de directeur-eigenaar een gewichtige factor bij de aanpassing aan nieuwe ontwikkelingen. Belangrijker nog zijn de traditionaliteit van de sector (60,8 procent), de complexiteit van de projecten (58,2 procent) en het vertrouwen in de partners (50,8 procent). Hoog scoren ook de beschikbare financiële middelen (50,1 procent) en de omvang van de projecten (32,7 procent). 
17-07-2015

Inspiratie Lab